Rechten
Slachtoffers van misdrijven hebben inmiddels een behoorlijk aantal rechten gekregen. Deze rechten zijn of worden gedeeltelijk in formele wetten opgenomen, bijvoorbeeld het wetboek van Strafvordering. Tot nu toe zijn veel van deze rechten opgenomen in lagere regelgeving. Er is dus niet één wet die alle rechten voor slachtoffers regelt, de rechten staan verspreid in allerlei wetten en regelingen.
Recht op een tolk
Slachtoffers hebben het recht om in een voor hen verstaanbare taal te communiceren door gebruikmaking van een tolk.
Dit recht hebben slachtoffers als
- ze aangifte doen en als ze nader gehoord worden door de rechter, of
- ze als getuige in het strafproces optreden.
De politie en het openbaar ministerie zorgen zo nodig voor een tolk. Voor de opsporingsfase is dit geregeld in de richtlijn tolkenbijstand in opsporingsonderzoek in strafzaken, voor het gerechtelijk vooronderzoek in de wet, art. 191 Sv.
Voor slachtoffers en getuigen die bij een rechtszitting worden opgeroepen, gelden dezelfde regels als voor verdachten die zijn vastgelegd in het Wetboek van Strafvordering (art. 287, resp. artt. 274-276). Deze artikelen bevatten alle voorzieningen voor onder meer het oproepen van een gebarentolk of een tolk-vertaler.