Voegen strafproces
Als iemand een strafbaar feit pleegt, is hij in principe zelf aansprakelijk voor de daarbij door hem veroorzaakte schade. Wordt de verdachte opgespoord dan kan de politie of de officier van justitie proberen een schaderegeling te treffen tussen het slachtoffer en de verdachte. Een van de manieren om schade vergoed te krijgen is door te voegen in het strafproces. Een belangrijk recht voor het slachtoffer.
De zitting
Op de zitting onderzoekt de rechter of er voldoende bewijs is geleverd tegen de verdachte. Ook onderzoekt hij of er werkelijk sprake is van een strafbaar feit en of er bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. Zo kunnen er allerlei verzwarende of verzachtende omstandigheden meespelen. Uiteindelijk zal de rechter uitspraak doen: het vonnis.
Zitting
Als het slachtoffer zich via de officier van justitie gevoegd heeft, dus met het voegingsformulier, dan hoeft hij normaal gesproken niet zelf op de zitting te verschijnen. De officier van justitie brengt zijn eis tot schadevergoeding naar voren, dit kan hij doen in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel. Het slachtoffer mag natuurlijk wel komen. Overigens kan de rechter het wenselijk vinden om het slachtoffer vragen te stellen over zijn vordering. Hij kan ook worden opgeroepen als getuige. Als het slachtoffer wordt opgeroepen, is hij verplicht om te komen. Een medewerker van Slachtofferhulp Nederland kan met het slachtoffer meegaan naar de zitting. Het slachtoffer kan iemand machtigen om namens hem in de voegingsprocedure op te treden.
Vordering
Op grond van art. 361 Sv bekijkt de rechter of de vordering van de benadeelde partij ontvankelijk is. De ontvankelijkheid is gebonden aan het criteria van een eenvoudige vordering . In de praktijk kunnen ook onvoldoende onderbouwde vorderingen of andere redenen leiden tot het niet-ontvankelijk verklaren van de vordering.
De rechter kan een onvoldoende onderbouwde vordering afwijzen, maar dan heeft het slachtoffer geen mogelijkheid meer een civiele procedure te starten. Het heeft daarom de voorkeur dat rechters, indien ze de vordering willen afwijzen, dit doen in de vorm van niet-ontvankelijk verklaring.